Een zwangerschapstest toont niet aan of een vrouwelijke eicel bevrucht is, maar of het zwangerschapshormoon hCG (human Chorion Gonadotrofine) aanwezig is in het lichaam. Dit hormoon wordt aangemaakt zodra een vrouw zwanger is. HCG kan in urine worden aangetroffen.

Dit maakt het voor de vrouw eenvoudig om zelf een zwangerschapstest te doen. Een test kan in het algemeen vanaf de eerste dag waarop een menstruatie zou moeten beginnen, maar uitblijft, worden gedaan. Eerder testen is zinloos,  omdat niet voldoende hCG aangetoond kan worden. Bij een onregelmatige menstruatiecyclus, moet van de langst mogelijke cyclus uitgegaan worden en daar een dag bij optellen, om te vroeg testen te voorkomen.Een zwangerschapstest kan maar één keer worden gebruikt.

De betrouwbaarheid van zo’n test is hoog. De test omvat een eenvoudig stappenplan. De meeste tests bestaan uit een teststaafje dat enkele seconden in de urinestraal gehouden kan worden. Urine opvangen in een potje en het staafje er enkele tellen in doen, wordt ook gedaan.

De teststof van een zwangerschapstest bevat HCG-antistoffen. Door de teststof in aanraking te laten komen met urine, ontstaat er een kleurverandering van het teststrookje. De kleurverandering geeft aan “zwanger” of “niet zwanger”. Al na enkele minuten is de uitslag bekend. Alleen de uitslag op het moment van meten is de correcte uitslag. Tests kunnen na de in de bijsluiter aangegeven tijd een andere uitslag gaan geven.

Lees meer over de betrouwbaarheid van een zwangerschapstest >